vrijdag 18 november 2011

Toepassingskaart 8: Constructivistische les

Toepassingskaart 8

Constructivistische les

Mijn eigen leerstijl.

Ik ben een dromer. De dromer kijkt aandachtig hoe anderen een probleem aanpakken. Eerst goed kijken, dan pas zelf aan de slag gaan. De dromer kan zich goed inleven in verschillende situaties en kan een probleem vanuit vele standpunten bekijken. Daardoor ziet hij vaak vele oplossingen. Een dromer leert het beste als hij de tijd krijgt om na te denken: eerst nadenken, dan pas doen. Sommige dromers twijfelen vaak en komen soms langzaam tot een besluit. Ze zijn voorzichtig en nemen weinig risico’s. Door zijn fantasie en inleving legt de dromer snel verbanden tussen verschillende situaties. Dromers maken en bedenken graag, maar hebben daar tijd en ruimte voor nodig.

Drie kinderen met een verschillende leerstijl.

- Leerling L. Leerling L. is voor mij een echt dromer. Ze kan tijdens een kringgesprek helemaal afdwalen met haar gedachte. Ik heb haar geobserveerd en zag dat ze op een gegeven moment haar duim zelfs in haar mond deed. Wanneer er een vraag aan haar gesteld werd wist ze niet waar het over ging.

- Leerling H. Leerling H. is een echte doener. Een doener schiet snel in actie. Dit is bij hem zeker het geval. Als er een nieuwe werkles wordt uitgelegd op maandag dan zit hij te wiebelen op zijn stoel. Steeds staat hij op. Als ze aan de slag mogen gaat hij heel snel naar een tafel. Hij gaat aan het werk maar heeft eigenlijk altijd een aantal vragen, waarschijnlijk omdat hij te veel met wiebelen bezig was tijdens de uitleg en zo graag aan de slag wilde dat hij niet erg heeft opgelet.

- Leerling L. is voor mij een echte denker. Hij stelt vaak onderzoekende vragen als waarom en hoezo. L. is nauwkeurig tijdens zijn werk. In een kringgesprek zit L. stil en kijkt hij aandachtig. Naar mijn idee neemt hij dan alles in zich op. Uiteindelijk stelt hij altijd hele gevatte vragen.

De constructivistische les.

Ik richt mijn les op leerling L, de dromer. Een dromer geef je tijd en ruimte om ervaringen te verwerken en gevoelens te uiten. Zij zal het best leren als ik de leerstof met voorbeelden(visueel)uitleg. Ik kan haar het beste geen limiet of tijdsduur opleggen, dat vinden dromers niet fijn. Dromers leren beter als je ze aanmoedigt.

Deze les is een auditieve training. Dit gebeurt in een groepje van ongeveer 4 leerlingen, waaronder L.

Doel:

- Enkele klank/teken koppelingen kunnen maken.

- Een lange en een korte zin herkennen.

- Voor de dromer is het doel om ‘bij de les’ te blijven, wanneer ik haar een vraag stel hoop ik dat zij gelijk weet waar het over gaat.

Beginsituatie:

- Ze hebben deze oefeningen al vaker gedaan, het is puur een training.

Opbouw:

Tijdens de auditieve training gaan we eerst met klank/tekenkoppelingen aan de slag. Ze moeten met het spel drietal bijvoorbeeld het woord juf neerleggen, ze krijgen dan de ‘j’, de ‘u’ en de ‘f’ door elkaar en ze moeten dit op de juiste manier neerleggen. Bij L. zal ik proberen te zorgen dat ze haar aandacht erbij houdt.

Daarna gaan ze met de korte – lange zinnen aan de slag. Ik heb een korte en een lange strook, dan zeg ik een zin, deze is kort of deze is lang. De leerlingen moeten aangeven of het lang of kort is. Ik kan met mijn vinger langs de strook gaan om te controleren of het lang of kort is. Hierbij maak ik het visueel, wat voor L. als dromer erg prettig is.

Reflectie:

Ik vond de auditieve training goed gaan. Ik had dit al vaker gedaan maar zag dat het voor L. prettig was als ik het visueel maakte door bijvoorbeeld die stroken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten