vrijdag 18 november 2011

Toepassingskaart 4: De 1-zorgroute: rekenen

Toepassingskaart 4

De 1-zorgroute rekenen

Evalueren vorig groepsplan en verzamelen gegevens.

In mijn stageklas ligt het iets ingewikkelder wat betreft groepsplannen. De Weerklank in Alphen aan den Rijn is een S.O. school, cluster 2. De niveaus van de kinderen liggen hier dus ver uit elkaar en voor elk kind zullen dus andere doelen gesteld worden. Mijn mentor heeft wel een algemeen groepsplan opgesteld voor rekenen-denken. Hierin worden drie niveaus onderscheden, van hoog naar laag zijn dat: niveau 1, niveau 2, niveau 3. Hierin worden per niveau, heel globaal een aantal doelen beschreven.

Selecteren van leerlingen met algemene en specifieke onderwijsbehoeften.

Niveau 1: L. à Bij L. is de rekenontwikkeling boven het niveau van een 4 jarige.

T. à De activiteiten op het gebied van voorbereidend rekenen zijn op goed niveau.

Niveau 2: B. à de ontwikkeling van het rekenen-denken verloopt traag, maar er zit wel vooruitgang in. Hij telt nu synchroon tot 5, daarboven zegt hij de getallen wel goed, maar wijst niet tegelijk de dingen aan zodat hij tot een ander aantal komt(asynchroon tellen). Hij begrijpt begrippen van hoog/laag, groot/klein, lang/kort.

I. àI. heeft nog moeite met het tellen tot 10 en daarboven. Synchroon tellen heeft nog aandacht nodig.

Niveau 3: S. à Tellen blijft hij erg moeilijk vinden. Hij benoemt de telwoorden nog vaak door elkaar. Synchroon tellen is ook nog te moeilijk voor hem, hij telt niet gelijk met het aanwijzen. Hij herkent nu een paar cijfersymbolen. De begrippen van grootte weet hij passief.

L. à Tellen is nog erg moeilijk voor haar. Ze telt wel mee wanneer we klassikaal of in een versje tot 5 tellen bijvoorbeeld maar zelf kan ze dit nog niet. Ze heeft een globaal besef van hoeveelheden en grootte.

Benoemen van specifieke onderwijsbehoeften.

Niveau 1: L. à Bij L. is de rekenontwikkeling boven het niveau van een 4 jarige. L. heeft soms wat meer uitdaging nodig. Op cognitief gebied is hij al erg ver, maar zijn sociaal-emotionele kant is daarentegen nog gewoon gemiddeld. Waar je voor uit moet kijken is dat dit gat niet te groot wordt, maar dat hij wel voldoende uitdaging krijgt.

T. à De activiteiten op het gebied van voorbereidend rekenen zijn op goed niveau. Wel merk je dat T. soms nog wat hulp nodig heeft, of een zetje in zijn rug. Dit zou L. hem kunnen geven, door hen samen aan de slag te laten gaan.

Niveau 2: B. à de ontwikkeling van het rekenen-denken verloopt traag, maar er zit wel vooruitgang in. Hij telt nu synchroon tot 5, daarboven zegt hij de getallen wel goed, maar wijst niet tegelijk de dingen aan zodat hij tot een ander aantal komt(asynchroon tellen). Hij begrijpt begrippen van hoog/laag, groot/klein, lang/kort. B. telt boven de vijf asynchroon, dit is op dit niveau verder niet erg. Wel is B. er klaar voor een iets hoger niveau aan te kunnen en om te beginnen aanrakend tellen tot 10.

I. àI. heeft nog moeite met het tellen tot 10 en daarboven. Synchroon tellen heeft nog aandacht nodig. Aan het synchroon tellen moet dus meer aandacht worden besteed. We moeten met haar ook aanrakend gaan tellen.

Niveau 3: S. à Tellen blijft hij erg moeilijk vinden. Hij benoemt de telwoorden nog vaak door elkaar. Synchroon tellen is ook nog te moeilijk voor hem, hij telt niet gelijk met het aanwijzen. Hij herkent nu een paar cijfersymbolen. De begrippen van grootte weet hij passief. S. zal vooral nog moeten tellen door middel van versjes en rustig beginnen met aanrakend tellen. Ook is het belangrijk om wat meer besef te krijgen van hoeveelheden en grootte.

Larinda à Tellen is nog erg moeilijk voor haar. Ze telt wel mee wanneer we klassikaal of in een versje tot 5 tellen bijvoorbeeld maar zelf kan ze dit nog niet. Ze heeft een globaal besef van hoeveelheden en grootte. We moeten bij haar proberen om verder te gaan met aanrakend tellen en haar besef van hoeveelheden en grootte vergroten.

Clusteren van leerlingen met gelijke specifieke onderwijsbehoeften.

Zie groepsplan.

Opstellen van het groepsplan.

Wie?

Wat?

Hoe?

L.&T.

Uitdaging - een zetje in de rug.

L. heeft uitdaging nodig in het rekenen, T. heeft juist een zetje in de rug nodig. Door deze twee leerlingen bij elkaar te zetten zullen zij elkaar kunnen helpen aan hun specifieke onderwijsbehoeften.

Zij werken dan op hetzelfde niveau en L. kan T. helpen en hier zijn uitdaging in vinden. Dit zal voor T. meer duidelijkheid en structuur bieden, dat is wat hij nodig heeft.

B.&I.

Aanrakend en synchroon tellen tot 10.

Deze leerlingen zullen beide een leerkracht nodig hebben die hen hierbij helpt. Deze leerlingen moeten dus begeleidt worden bij het aanrakend en synchroon tellen tot 10.

S.&L.

Tellen tot 5 als versje en besef krijgen van hoeveelheden en grootte.

Deze leerlingen zullen al veel oppikken tijdens klassikaal tellen, doormiddel van een versje bijvoorbeeld.

Om meer besef te krijgen van hoeveelheden en grootte zal de leerkracht hier bij hen extra tijd aan moeten besteden door middel van werkbladen: veel-weinig, groot-klein, lang-kort etc. Hierbij zullen zij goed begeleidt moeten worden.

Uitvoeren van het groepsplan.

Bij L. en T. zal dit langer de tijd nodig hebben. We zijn hier deels al aan begonnen maar dit is niet iets waarbij je gelijk resultaat kunt zien.

Bij B. en I. zijn we bezig met het aanrakend tellen tot 10, dit gaat steeds een stukje beter. Hierbij moet je hen wel begeleiden, als je hen met zijn tweeen laat werken komt er niet zoveel uit.

Bij S. en L. besteden wij aandacht aan de werkbladen,hiermee hebben zij vorige week gewerkt maar hieruit is wel gebleken dat je hier continue bij moet zitten en hen hierbij moet helpen. Door spraak problemen kunnen zij elkaar hier namelijk ook niet bij helpen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten