vrijdag 18 november 2011

Toepassingskaart 3: Hersenvriendelijke les

Toepassingskaart 3

Hersenvriendelijke les

Inhoud: vandaag ga ik interactief voorlezen. Het boekje heet: Wat nu, Olivier? en is geschreven door Phyllis Root. Dit boek gaat over het volgende: het is herfst en kleuterbeer Olivier scharrelt wat in de tuin. Plotseling ziet hij een mooi geel blad. Olivier holt erachteraan, de heuvel af, helemaal naar de rand van het bos. Het blad is ineens verdwenen. Maar wat erger is: het huis van pappa en mamma ook! En daar sta je dan als kleine beer... Wat nu? Olivier begint te huilen. hij huilt steeds harder, maar dat verandert de situatie niet – hij blijft verdwaald. Dan besluit hij een keel op te zetten. Hij brult en hij brult en in de verte brullen zijn ouders terug. Zo komt Olivier veilig terug bij pappa en mamma beer. En – hé, wat is dat? Een mooi geel blad!

Een ontzettend leuk boekje dus en zeker voor deze klas! Het is heel visueel door de grote, uitgebreide plaatjes en het boekje heeft weinig tekst. Dit is voor mijn stageklas al erg fijn, omdat zij spraak- en/of taalproblemen hebben. Alleen dit al maakt het hersenvriendelijk voor hen.

Doelen voor mijzelf:

- Duidelijk en rustig voorlezen/vertellen.

- Het voorlezen interactief maken door de kinderen er bij te betrekken d.m.v. vragen stellen bijvoorbeeld.

- Alle kinderen erbij proberen te betrekken.

Doelen voor de leerlingen:

- Kunnen voorspellen waar het boek over gaat aan de hand van de voorkant en eventueel de titel.

- Tijdens het voorlezen vragen kunnen beantwoorden over het verhaal.

- Voorspellingen kunnen doen tijdens het voorlezen.

Inleiding:

Ik laat de kinderen de voorkant van het boek zien en vraag ze waar het over zou kunnen gaan: wat zie je? Daarna zeg ik dat het boekje ‘wat nu, Olivier?’ heet en vraag ik aan ze wie Olivier kan zijn.

Kern(hoe ik graag wil dat het gaat verlopen):

Daarna sla ik het boek open, deze staat tevens op een boekenstandaard waardoor ik het niet vast hoef te houden en de kinderen, onder dat ik vertel, naar de plaatjes kunnen kijken. Ik begin te vertellen en vraag bijvoorbeeld op een gegeven moment aan de kinderen: kan Olivier zijn huis nu nog zien? Daarna, als Olivier verdwaald is en hierdoor erg verdrietig is vraag ik aan de kinderen wat je zou kunnen doen als je verdwaald bent. Dan sla ik de bladzijde om en daar staat de oplossing van Olivier: hij gaat heel hard brullen! Dan kijk ik de kinderen aan en zeg: nou, brul maar eens als een beer! Als ik de bladzijde weer omsla brult Olivier nog harder, dus de kinderen ook, en nóg harder.. En de kinderen dus ook! En dan… dan hoort hij zijn papa en mama terug brullen! En zo loopt hij weer terug, langs de struik met de…… (voorspellende vraag aan de kinderen: rode blaadjes). En de boom met de…..(voorspellende vraag aan de kinderen: kromme takken). En zo kwam Olivier weer terug bij zijn papa en mama. En wat zag hij daar….?? (Voorspellende vraag aan de kinderen: het mooie gele herfstblad).

Afsluiting:

Tot slot zal ik nog met de kinderen kort over het boekje praten: wat kun je nou doen als je verdwaald ben? Knap dat Olivier zijn papa en mama weer terug vond etc.

Reflectie(hoe is het uiteindelijk verlopen):

De kinderen kwamen al gelijk met goede ideeën over wat het boek over zou kunnen gaan. In ieder geval over de herfst, want de kleuren van de bomen buiten zijn hetzelfde en nu is het ook herfst. En over een beertje. Toen ik de titel noemde kwam er gelijk iemand mee dat dat beertje Olivier heet.

Daarna sloeg ik het boek open, deze staat tevens op een boekenstandaard waardoor ik het niet vast hoef te houden en de kinderen, onder dat ik vertel, naar de plaatjes kunnen kijken. Ik begin te vertellen en vraag op een gegeven moment aan de kinderen: kan Olivier zijn huis nu nog zien? Daarna, als Olivier verdwaald is en hierdoor erg verdrietig is vraag ik aan de kinderen wat je zou kunnen doen als je verdwaald bent(hierop kwamen erg leuke reacties zoals: heel hoog in een boom klimmen!). Dan sla ik de bladzijde om en daar staat de oplossing van Olivier: hij gaat heel hard brullen! Dan kijk ik de kinderen aan en zeg: nou, brul maar eens als een beer! Dit deden ze geweldig, al waren sommigen aan het begin wel wat afwachtend. Maar als ik de bladzijde weer omsla brult Olivier nog harder, en doen de kinderen dat ook, en nóg harder.. En de kinderen dus ook! En dan… dan hoort hij zijn papa en mama terug brullen! En zo loopt hij weer terug, langs de struik met de…… (voorspellende vraag aan de kinderen: rode blaadjes). En de boom met de…..(voorspellende vraag aan de kinderen: kromme takken). En zo kwam Olivier weer terug bij zijn papa en mama. En wat zag hij daar….?? (Voorspellende vraag aan de kinderen: het mooie gele herfstblad).

Het was geweldig om te zien dat de kinderen gelijk weer muisstil waren na het brullen toen ik zei: ‘maar, oh! Wat hoort hij daar?’. Ze waren gelijk stil en zaten helemaal in het verhaal. Dit vond mijn mentor ook heel leuk om te zien!

Waarom is deze les hersenvriendelijk?

- Zoals ik al zei is het prentenboek al erg hersenvriendelijk door veel grote platen en weinig tekst.

- Daarnaast stond het boek op een boekenplank(ik hield het dus niet vast), dit is voor kinderen erg prettig omdat ze dan tijdens het vertellen van mij gewoon gelijk naar de platen kunnen kijken en niet ongeduldig hoeven te worden omdat ze het plaatje willen zien. Van te voren heb ik aan alle kinderen gevraagd of ze het zo kunnen zien.

- Ik heb de kinderen actief bij het voorlezen betrokken. Zo kunnen ze ook meedenken en dit ook uitspreken.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten