
Toepassingskaart 7a
Ontwikkelingsgericht onderwijs
Als we naar jonge kinderen kijken hoe de ontwikkeling verloopt, kunnen we al veel zien door het spel van het kind te observeren. Spelen is één van de belangrijkste manieren om tot ontwikkeling te komen en dus ook te leren.
Kunnen en willen spelen is voorwaarde voor alle ontwikkeling. Op school is de leerkracht ervoor om de kinderen te helpen spelen en te leren spelen.
Binnen de BASISONTWIKKELING moet er op school een samenhangend geheel zijn tussen functieontwikkeling, persoonlijkheidsontwikkeling, verkenning van de wereld en een eerste kennismaking met enkele vak- en vormingsgebieden. Dit wordt binnen de theorie van de basisontwikkeling gesymboliseerd in drie cirkels.
1. Kernactiviteiten.
Voor de onderbouw staan er vijf kernactiviteiten centraal:
1. Spelactiviteiten
Kinderen imiteren volwassenen tijdens rollenspelen. Op deze manier leren kinderen om betekenissen aan voorwerpen en situaties toe te kennen. De kinderen bepalen zelf de regels van het spel. Meestal vindt dit spel plaats in de huishoek of in de winkel. Op deze foto ziet u bijvoorbeeld dat kinderen volwassenen imiteren in het koopgedrag. Kinderen lopen op te grote schoenen, hebben kleding aangetrokken van volwassenen en ook tijdens het praten kunnen sommige volwassenen zichzelf herkennen... ICT kan in spelactiviteiten geïntegreerd worden door bijvoorbeeld een fotograaf te spelen, een verkoper die gegevens op de computer invoert, een vader die thuis aan het werken is op de computer. Allemaal ICT-geïntegreerde activiteiten. |
2. Constructieve activiteiten
| Dit zijn activiteiten die met de inzet van bepaalde materialen en middelen tot producten en constructies leiden. Deze activiteiten lijken op de spelactiviteiten maar hebben toch een eigen karakter. Het gaat nu om het laten ontstaan van een product, de vrijheid van handelen is minder groot omdat de materialen het handelen sturen. Op deze foto zijn kinderen aan het werk om een winkel na te bouwen. In deze winkel wordt niet echt gespeeld, het doel is het bouwen van de winkel. Kinderen kunnen foto's maken van deze activiteiten, foto's nabouwen. Op de computer kan een bouwtekening gemaakt worden, uitgeprint en vervolgens nagebouwd worden. |
3. Gespreksactiviteiten
| Zoals op deze foto is te zien zijn kinderen en hun leerkracht samen aan het praten over het thema, ze denken, praten en onderhandelen over het gespreksthema. Ook worden ervaringen uitgewisseld en nieuwe grenzen verkend. De gesprekken zijn meestal verbonden aan concrete handelingen of materialen. Op deze manier kunnen ook activiteiten ingeleid worden die uitgevoerd moeten worden op de computer. |
4. Lees- schrijfactiviteiten
| Deze activiteiten hebben voor de kinderen bijzonder veel waarde, omdat ze horen bij de wereld waar zij zo graag deel van uit willen maken. Lees- en schrijfactiviteiten zijn van belang om kinderen vertrouwd te maken met de geletterde maatschappij. Daarom zijn deze activiteiten ook altijd betekenisvol voor kinderen, het maakt het spel voor kinderen interessanter en rijker. Nog rijker wordt het spel als kinderen het spel van volwassenen na kunnen spelen op de computer door bijvoorbeeld brieven te schrijven. |
5. Reken-wiskunde activiteiten
| Wiskunde ligt in alle activiteiten verscholen die zich dagelijks voordoen, wanneer is bijvoorbeeld de winkel open? Is die trui te groot of te klein? Reken- en wiskunde activiteiten komen net als lezen en schrijven voort uit spelactiviteiten en de constructie/ beeldende activiteiten. |
1. Hoe zijn de verschillende basale ontwikkelingsbehoeften - de basiskenmerken - in het verslag van Peter beschreven? Geef enkele voorbeelden.
Peter heeft weinig zelfvertrouwen en is erg terughoudend. Hij heeft weinig contact met andere kinderen en ook het contact met de leerkracht was in het begin moeizaam. Doordat hij zich zo op de achtergrond opstelt, toont hij weinig interesse in de activiteiten die gedaan worden. Hij komt dus niet nieuwsgierig over. Misschien is hij dit wel, maar wordt hij tegengehouden door zijn emoties. Hij is emotioneel niet vrij en durft dus niet echt op nieuwe dingen af te stappen. Hij wacht liever af tot de leerkracht hem hierbij kan helpen.
2. Welke aspecten van de brede ontwikkeling staan in het verslag van Peter (zie cirkel van basisontwikkeling)?
Het samen spelen en werken met andere kinderen vindt Peter moeilijk, omdat hij zich erg op de achtergrond houdt. Dit geldt ook voor het communiceren. Met andere klasgenoten is dit erg moeizaam, alleen met de leerkracht is het beter. Peter is dus niet zelfstandig, omdat hij niet nieuwsgierig is naar wat er om hem heen gebeurt. Hij vindt het moeilijk om zichzelf te uiten.
3. Welke aspecten van de specifieke kennis en vaardigheden (buitenste cirkel) staan in dit verslag beschreven?
Peter heeft weinig contact met zijn medeleerlingen, zijn sociale vaardigheid is dus niet zo goed. Ook geeft de leerkracht aan dat zijn woordenschat niet zo goed ontwikkeld is. Zijn motoriek is daarentegen prima.
4. Is er in de verslaglegging samenhang waarneembaar? Geef een voorbeeld.
Ja, je ziet alle drie de cirkels terugkomen in de beschrijving en observaties. Je ziet ook doordat het in de binnenste kring niet helemaal goed zit, Peter ook moeite heeft met aspecten uit de andere twee kringen. Wel zie je dat Peter langzaam groeit, vooral op het sociale aspect en het emotioneel vrij zijn. Dit heeft een positief effect op de andere kringen. Hij speelt en werkt hierdoor meer samen en is minder afhankelijk van de leerkracht.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten