Toepassingskaart 5
1-zorgroute taal
Niveau 1:
- Weet enkele klank/tekenkoppelingen. Er worden er 12 tot 14 per jaar aangeleerd. Hierbij horen ook de klankgebaren. Dit heeft alles te maken met het fonemisch bewustzijn.
- De leerlingen kunnen het verschil tussen lange en korte zinnen horen(auditieve discriminatie).
- Kan voorspellingen doen over een verhaal.
- Kan een verhaal terugvertellen(dus kan een verhaal begrijpen).
Materialen:
Drietal(Thiememeulenhoff): dit is een set van 6 spellen, methode kinderklanken, lettervormen, stempels, prentenboeken, dyslexietoets.
Niveau 2:
- De leerlingen zijn in staat rijmwoorden te herkennen en rijmwoorden te maken(klank herkenning).
- De leerlingen zijn in staat woorden in zinnen auditief te herkennen(besef hebben dat een zin bestaat uit losse woorden).
- Kan vertellen naar aanleiding van een prentenboek(ze leren dat woorden een betekenis hebben).
Materialen:
Methode Kinderklanken, methode Peuterpraat(iets makkelijker dan Kinderklanken), lettervormen, stempels, rijmspelen, prentenboeken, dyslexietoets.
Niveau 3:
- Kan plaatjes benoemen(woordenschat).
- Kan rijmpjes en versjes onthouden(klankherkenning, richting technisch lezen).
- Beschrijven wat ze zien in een prentenboek, hierdoor gaan zien dat het verhaal daarover gaat.
Materialen:
Methode Peuterpraat, Bas-platen(ook digitaal), prentenboeken, dyslexietoets.
De gebruikte toetsen:
Er worden bij mijn stageklas bijna geen toetsen afgenomen. Er worden voornamelijk observaties gebruikt. Wel wordt er twee keer per jaar een dyslexie toets afgenomen, dit omdat het gevaar voor dyslexie bij de kinderen op mijn stageschool extra groot is. Er is een toets voor groep 1 en een toets voor groep 2. In januari en in juni wordt deze afgenomen. In juni krijgen de kinderen uit groep 1 die na de zomervakantie naar groep 2 gaan de toets voor groep 2. Deze worden overigens mondeling, 1 op 1, afgenomen door de leerkracht.
Datum: ……
Hierbij krijgen ze een aantal kleuren te zien die ze moeten kunnen benoemen.
Hier krijgen ze een letterkaart te zien waarbij ze zoveel mogelijk letters moeten benoemen.
Hier moeten ze zo goed mogelijk hun naam proberen te schrijven.
Voet - bal brood - plank
Zeil - boot broek - zak
Bal - pen oor - bel
Kleur - boek hand - tas
Naam: …….
Datum: ………
1 Eerste klank van een woord: de leerkracht noemt het woord en vraagt de leerling wat de eerst klank is. (mmmama).
mama rood
soep geel
loop lamp
kop boom
neus fiets
2 Auditieve synthese: afzonderlijke klanken samenvoegen tot een woord; leerkracht zegt p-oe-s, leerling moet hiervan het woord maken.
poes boek
kam raam
sok vis
tas zak
muis kaas
3 Letterblad, hoeveel letters goed:
4 Kleurentoets, hoeveel seconden:
5 Invented spelling: eigen naam, ik, maan, bos, kip, oom, lam.
Hierbij moet de leerling dus zelf bedenken hoe het een woord moet schrijven.
De resultaten van een gemiddelde, benedengemiddelde en bovengemiddelde leerling:
Er zijn nog geen toetsresultaten bekend. Wel heb ik elk groepje een aantal keren geobserveerd.
Didactische activiteiten: auditieve trainingen per niveau groepje en groep 2 krijgt één keer in de week een half uur taal. Ook is er één keer in de week een moment waarop ze taalspelletjes uit de kast doen.
Evaluatie: om te kijken of de leerling de doelen behaald heeft wordt hij geobserveerd tijdens werklessen en auditieve trainingen. Aan de hand van een soort groepsplan zijn doelen gesteld en dit geldt dus als checklist.
Groepsplan.
Niveau | Doel: wat wil ik bereiken? | Inhoud: welke leerstof zet ik in? |
1: boven gemiddeld | - Weet enkele klank/tekenkoppelingen. Er worden er 12 tot 14 per jaar aangeleerd. Hierbij horen ook de klankgebaren. Dit heeft alles te maken met het fonemisch bewustzijn. - De leerlingen kunnen het verschil tussen lange en korte zinnen horen(auditieve discriminatie). - Kan voorspellingen doen over een verhaal. - Kan een verhaal terugvertellen(dus kan een verhaal begrijpen). | Drietal(Thiememeulenhoff): dit is een set van 6 spellen, methode kinderklanken, lettervormen, stempels, prentenboeken, dyslexietoets. |
2: gemiddeld | - De leerlingen zijn in staat rijmwoorden te herkennen en rijmwoorden te maken(klank herkenning). - De leerlingen zijn in staat woorden in zinnen auditief te herkennen(besef hebben dat een zin bestaat uit losse woorden). - Kan vertellen naar aanleiding van een prentenboek(ze leren dat woorden een betekenis hebben). | Methode Kinderklanken, methode Peuterpraat(iets makkelijker dan Kinderklanken), lettervormen, stempels, rijmspelen, prentenboeken, dyslexietoets. |
3: beneden gemiddeld | - Kan plaatjes benoemen(woordenschat). - Kan rijmpjes en versjes onthouden(klankherkenning, richting technisch lezen). - Beschrijven wat ze zien in een prentenboek, hierdoor gaan zien dat het verhaal daarover gaat. | Methode Peuterpraat, Bas-platen(ook digitaal), prentenboeken, dyslexietoets. |
Aanpak/methodiek | Evaluatie |
De leerlingen worden twee keer in de week begeleidt tijdens auditieve training. Dit groepje wordt begeleid door de leerkracht van deze klas. | Om te kijken of de leerling de doelen behaald heeft wordt hij geobserveerd tijdens werklessen en auditieve trainingen. Aan de hand van een soort groepsplan zijn doelen gesteld en dit geldt dus als checklist. |
De leerlingen worden twee keer in de week begeleidt tijdens auditieve training. Dit groepje wordt begeleid door de logopedist op school. | Om te kijken of de leerling de doelen behaald heeft wordt hij geobserveerd tijdens werklessen en auditieve trainingen. Aan de hand van een soort groepsplan zijn doelen gesteld en dit geldt dus als checklist. |
De leerlingen worden twee keer in de week begeleidt tijdens auditieve training. Dit groepje wordt begeleid door de onderwijsassistente van deze klas. | Om te kijken of de leerling de doelen behaald heeft wordt hij geobserveerd tijdens werklessen en auditieve trainingen. Aan de hand van een soort groepsplan zijn doelen gesteld en dit geldt dus als checklist. |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten